Geschiedenis

De geschiedenis van het SCK•CEN gaat terug tot in 1952. Sindsdien noteerden we een aantal belangrijke mijlpalen.

2012  Het SCK•CEN richt de Academy for Nuclear Science and Technology op. De Academy bundelt alle opleidings- en trainingsactiviteiten.
2012  Het SCK•CEN viert zijn zestigste verjaardag.
2011  Met het Europese GUINEVERE-project realiseert het SCK•CEN wereldwijd het eerste demonstratiemodel van een versneller aangedreven systeem met een volledige loodkern.
2011  In de nasleep van het nucleaire ongeval in Fukushima biedt het SCK•CEN ondersteunende activiteiten: analyses, metingen, advies, …
2010  Het SCK•CEN viert 35 jaar fusieonderzoek.
2010  Europa beschouwt MYRRHA als een prioritaire onderzoeksinfrastructuur voor energieveiligheid en de strijd tegen klimaatverandering.
2010  De federale regering beslist om het MYRRHA-project financieel te ondersteunen. 
2010 GUINEVERE wordt ingehuldigd, een stap voorwaarts in het onderzoek rond ‘versneller aangedreven systemen’
2009  Het SCK•CEN coördineert het Belgische fusieonderzoek binnen de ‘bredere aanpak’ rond kernfusie.
2008 Het SCK•CEN breekt de schouw van reactor BR3 af, een belangrijke stap in de ontmanteling van deze infrastructuur.
2006  Het SCK•CEN ondergaat een reorganisatie waarbij drie wetenschappelijke instituten vorm krijgen. Elke instituut bestudeert een specifiek domein van nucleaire toepassingen. Een vierde instituut staat in voor ondersteunende diensten en administratie.
2006  Het SCK•CEN viert de vijftigste verjaardag van reactor BR1 en de expertise rond dosimetrie.
2004  Het SCK•CEN opent nieuwe laboratoria voor onderzoek naar radiobiologie, radio-ecologie en ruimtevaart.
2002  Het SCK•CEN viert zijn vijftigste verjaardag.
2001  In samenwerking met vijf Belgische universiteiten start het SCK•CEN de opleiding ‘Master in Nuclear Engineering’.
1999  Het SCK•CEN verwijdert de reactorkuip van BR3.
1999  Het onderzoeksproject MYRRHA krijgt vorm. 
1998 Het SCK•CEN integreert humane en sociale wetenschappen in zijn onderzoeksprogramma’s. 
1996  Reactor BR2 ondergaat een grondige moderniseringsoperatie. 
1995  Een groots onderzoeksprogramma (ESV PRACLAY, later ESV EURIDICE) gaat van start waarbij het SCK•CEN, de nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS) en andere partners onderzoeken of radioactief afval veilig kan worden geborgen in kleilagen in de diepe ondergrond. 
1991  De niet-nucleaire activiteiten van het SCK•CEN worden ondergebracht in VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. Beide centra werken als goede buren op dezelfde site, maar ontwikkelen zich onafhankelijk van elkaar.
1987  Reactor BR3 wordt stilgelegd. Meteen start het eerste onderzoeksprogramma in West-Europa om een drukwaterreactor te ontmantelen.
1986  Het SCK•CEN werkt mee aan de metingen na de kernramp in Tsjernobyl. 
1974  Het SCK•CEN start een onderzoeksprogramma naar de mogelijkheid om radioactief afval te bergen in de diepe ondergrond. 
1970  Het SCK•CEN breidt zijn werking uit naar niet-nucleaire activiteiten. 
1964  De VENUS-reactor is operationeel. 
1962  De drukwaterreactor BR3 start op. Een jaar later brengen de onderzoekers met plutonium verrijkte splijtstofnaalden in BR3. 
1961  De groei van het SCK•CEN zet zich door met reactor BR2 die in werking treedt. 
1957  De instelling verandert zijn naam en heet voortaan het SCK•CEN (Studiecentrum voor Kernenergie – Centre d’Etude de l’Energie Nucléaire). 
1956  De Belgian Reactor 1 of kortweg BR1 treedt in werking. 
1954  De realisatie van de technische en administratieve gebouwen gaat van start. 
1953  Het pas opgerichte studiecentrum beslist zich in Mol te vestigen en koopt hiervoor de nodige gronden aan. 
1952  De Belgische overheid richt het Studiecentrum voor de Toepassingen van Kernenergie op (STK-CEAEN, Centre d’Etudes pour les Applications de l’Energie Nucléaire). 

Meer details in onze geschiedenisbrochure